Waar water en mannen samenkomen

                    

NRC Handelsblad van 04-03-2011 Pagina 8 CS


Links op het podium van het Amsterdamse Muziektheater staan twee kanonnen opgesteld, hun fallusvormige lopen priemen in verhoogde staat van paraatheid in de richting van de zaal. Eromheen krioelt het van de zeelui; ruwe bonken, scheepsjongens met kiel en officieren met glanzende epauletten die toekijken vanaf de brug. De matrozen heffen een gezang aan, om het hijsen van de zeilen kracht bij te zetten. Bevelen klinken en het ‘ay ay,sir‘is niet van de lucht. Dan wordt het nautische tafereel plots onderbroken door dirigent Ivor Bolton: “Kunnen jullie met die inzet na de fermate wachten op mijn teken?“ De repetities voor Billy Budd, de uit 1951 daterende opera van Benjamin Britten, zijn in volle gang. Op 7 maart zal het stuk, naar een novelle van Herman Melville (1819-1891), zijn eerste scenische uitvoering in Nederland beleven, in een regie die Richard Jones in 2007 voor de Alte Oper in Frankfurt creëerde.

Na afloop praat ik na met Ivor Bolton (1958). Zweetdruppeltjes parelen nog op zijn voorhoofd, maar het weerhoudt de aimabele Brit er niet van om van het bevlogen musiceren naadloos over te gaan in een gloedvol betoog: “Wat ontzettend goed is aan de muziek van Benjamin Britten, is het dramaturgische inzicht dat hij in zijn vocale lijnen tentoon spreidt. Hij weet de essentie van de menselijke natuur in zang te vatten, net zoals Monteverdi dat kon. In de schetsen voor Billy Budd en ook uit de correspondentie die hij voerde met de librettisten E.M. Forster en Eric Crozier, blijkt wat een ongelooflijk gedetailleerde analyse hij maakte van het verhaal. Daarnaast is het een volstrekt unieke geluidswereld. Diepzinnig, warm, eerlijk. Ik hou ervan hoe de kleuren van het orkest zich mengen en de dingen elkaar nooit in de weg lijken te zitten. En vergis je niet, het is knap lastig om goed onder elkaar te krijgen.”
De muziek van Britten kenmerkt zich door een natuurlijke vanzelfsprekendheid en elegantie, en is wars van het gekunstelde. Moeiteloos en comfortabel plooien zijn melodieën zich naar de luim van het moment. Hoewel het in zijn opera’s zeker kan stormen, wordt de kern van zijn muzikale temperament gevormd door een flegmatieke onderkoeldheid, waarbij een dromerige lyriek langs alle kanten door de kieren naar buiten sijpelt. Met een enkel, juist geplaatst fragiel akkoord weet Britten een magie in zijn muziek tot leven te wekken die de toehoorder wegvoert uit het alledaagse. Geboren in 1913 in Lowestoft, Suffolk, als zoon van een tandarts en een verdienstelijke amateurzangeres, gaf Benjamin Britten al vroeg blijk van een groot muzikaal talent. Uit zijn jeugd zijn zo’n 800 composities bewaard gebleven. Met zijn Variations on a theme of Frank Bridge uit 1937, en met name de Sinfonia da Requiem (1940) kreeg hij zijn eerste internationale bekendheid. Suffolk, de neus van Engeland pal tegenover Hoek van Holland, zou altijd het decor van Britten’s leven blijven. De enige onderbreking werd gevormd door de oorlogsjaren, die hij in de Verenigde Staten doorbracht. In 1934 ontmoette hij de tenor Peter Pears, die tot aan zijn dood in 1976 zijn levensgezel zou blijven. In 1948 vestigden ze zich in Aldeburgh (zegge‘ooldbra’) en begonnen daar een festival, oorspronkelijk bedoeld als basis voor hun operagezelschap, maar gaandeweg uitgebreid met poëzie- en literatuurvoordrachten en concerten. Dit festival bestaat nog altijd en geldt als een must voor de ware anglofiel. Er heerst een jolly good soort bedaagdheid waarvan je blij bent dat het nog altijd in leven is, maar na een paar dagen ook beseft dat je daar nooit echt bij zult horen. In Aldeburgh tref je ook het met interessante memorabilia gevulde Britten-Pears Museum, in de volksmond het Britney Spears Museum genoemd.

Billy Budd, vondeling en analfabeet, stottert en heeft het over de rights of man, reden genoeg voor officier John Claggart om hem scherp in het oog te houden. Waar de rest van de bemanning in ’handsome Billy’ een goedhartige jonge kerel ziet, ontwaart de Master-of-arms van de Indomitable een potentiële onruststoker in hem. Hij laat Billy bespioneren en treiteren door zijn stromannen. Als Claggart hem ten overstaan van de kapitein beschuldigt van muiterij, blijft Billy’s verweer wederom stokken in een machteloos gestotter. Maar plotseling vliegt hij Claggart aan en slaat hem in één klap dood. Er rest kapitein Edward Fairfax Vere niets anders dan Billy Budd te veroordelen tot de galg, ook al is hij overtuigd van diens onschuld..Melville’s novelle uit 1886 verhaalt van een irrationele antipathie, die door de geslotenheid van deze mannengemeenschap omslaat in een regelrechte aversie en tot een kookpunt komt. Melville bracht zijn jeugd door op zee, zwervend van het ene schip naar het andere. Uit deze ervaringen putte hij bij het schrijven van zijn eerste roman Moby Dick, over de kingsize potvis die walvisvaarders schrik aanjoeg, waarmee hij wereldfaam verwierf.
Billy Budd is Melville’s laatste werk, dat lange tijd een verborgen bestaan leidde tussen paperassen tot het in 1924 herontdekt werd.

De thematiek van Billy Budd is koren op de molen van Benjamin Britten, wiens opera’s in zekere zin altijd rond een persoon draaien die ten onrechte beschuldigd en veroordeeld wordt. Hoewel Brittens opera’s ook klassieke of Bijbelse onderwerpen aansnijden, zoals The Rape of Lucretia (1946), of The Prodigal Son (1968), zijn er twee karakteristieken aan te wijzen die hem tot een klasse apart maken: Een groot aantal stukken speelt zich op of rond het water af. De nabijheid van water brengt het beste in de muzikale verbeelding van Britten naar boven. Het meest sprekende voorbeeld hiervan is Peter Grimes (1945), zijn meest gespeelde opera, handelend over een visser die valselijk beschuldigd wordt van de dood van een knecht.
Daarnaast kan Britten als geen andere componist uit de voeten met een cast die alleen uit mannenrollen bestaat. Het volledig ontbreken van vrouwenstemmen in Billy Budd kun je enerzijds ervaren als een gemis; het enige dat nog iets van hoogte geeft zijn de scheepsjongens die zingen terwijl ze het dek schrobben. Maar tegelijkertijd verleent het aan het stuk precies de beklemming die het nodig heeft. Het gezamenlijke ronddobberen, de wederzijdse afhankelijkheid en de rigide hiërarchische discipline worden er extra invoelbaar door. En schitterend zijn de zeemanskoren, bij vlagen amechtig somberend op het golvenspel van de lage strijkers, om dan te worden opgezweept tot grote hoogten, als het zeil van een vijandelijk schip is waargenomen aan de einder. Zeer ontroerend is ook de aria van Billy Budd, vlak voordat de dageraad aanbreekt en hij zal worden terechtgesteld.
De schoonheid van de zee wordt in Peter Grimes veelvuldig bezongen, getuige ook de Four Sea Interludes die uit deze opera afkomstig zijn. In Billy Budd is de zee eveneens alomtegenwoordig, maar heeft veeleer iets dreigends en unheimisch, als een afgrond. Het is de veroorzaker van het claustrofobische gevoel op deze drijvende apenrots. Naar het zich laat aanzien, laat de schoonheid van de zee zich het beste vanaf land bezingen.

Billy Budd speelt zich af in het jaar 1797, kort na de ‘breeze at Spithead‘, een grootschalige muiterij die op de Engelse vloot plaatsvond, uit protest tegen de erbarmelijke leefomstandigheden en het karige loon. De vorige loonsverhoging dateerde dan ook alweer van 1658, al moet daarbij worden opgemerkt dat het prijspeil tot 1750 vrijwel ongewijzigd was gebleven. Opmerkelijk is wel dat de muiters uiteindelijk akkoord gingen met de reparatie van hun koopkrachtplaatje, maar tegen de zweepslagen en het kielhalen verder geen bezwaar maakten. Dat hoorde er nu eenmaal bij. Evenals het impressment, wat inhield dat je als gezonde man van de lagere sociale klassen door elke willekeurige politieagent in Engeland van straat kon worden geplukt om te gaan dienen op de vloot des konings, als die bemanningsleden tekort kwam. Tegenwerpingen als “maar ik héb al een baan, en er wacht thuis een gezin op me”, mochten niet baten. “Hup, nu geen flauwekul meer.” De spanning die de periode van muiterij tussen officieren en manschappen van de Engelse vloot had teweeggebracht, suddert nog na op de achtergrond van het verhaal van Billy Budd. Master-at-arms Claggart veert op als hij Billy over de Rights of Man hoort spreken, omdat hij denkt dat hij het heeft over het boek van Thomas Paine uit 1792. Dit schrijven is sterk geïnspireerd door de idealen van de Franse revolutie, die drie jaar eerder had plaatsgevonden en in Engeland tot de nodige nervositeit leidde. In werkelijkheid doelde Billy Budd echter op de naam van het koopvaardijschip waar hij op diende, voordat hij middels impressment onder dwang op de oorlogsbodem de HMS Indomitable was beland.

Boeiend aan het verhaal van Billy Budd is dat het ogenschijnlijk een vertelling in zwart-wit tinten lijkt over goed en kwaad, maar dat het bij nadere beschouwing allemaal niet zo rechtlijnig blijkt te zijn. Waarom besluit kapitein Vere om meteen na het dodelijke incident een krijgsraad te beleggen, als hij zo overtuigd is van Billy’s onschuld? Hij had kunnen wachten tot ze zich weer bij de vloot hadden gevoegd na hun verkenningsmissie, en het geval dan voorleggen aan de admiraal. Zo hadden ze tijd mee gewonnen, wellicht om met een plausibel verhaal te komen, en de beslissing was in ieder geval uit zijn handen geweest. Claggart’s wrok lijkt rechtstreeks voort te komen uit het feit dat Billy zo’n knappe verschijning is, populair en geliefd onder de bemanning. Het gedrag van de master-at-arms vertoont diverse, niet zo onschuldige, homo-erotische trekjes. Maar weinig is wat het lijkt. In de laatste drie hoofdstukken van zijn novelle voegt Melville informatie toe, die al het voorafgaande drastisch van betekenis doet kantelen. Eerst zien we kapitein Vere sterven, dodelijk verwond in een slag met een Frans schip. Zijn laatste woorden luiden “Billy Budd, Billy Budd." Dan lezen we een verslag in een officieel marineorgaan waarin staat dat William Budd een samenzweerder en een muiter was, waarschijnlijk van buitenlandse afkomst, die de eerbare John Claggart met een mes in het hart stak. En het eindigt met een ballade, een soort eerbetoon aan de Handsome Sailor, geschreven door een opvarende van de Indomitable. Maar de volwassen, door de wol geverfde Billy die daarin beschreven wordt, correspondeert op geen enkele manier met de jongeling van voorheen.

Wellicht de allermooiste plek waar water en mannen samenkomen in de muziek van Benjamin Britten is te vinden in het uit 1964 daterende Curlew River, geïnspireerd op Japans noh-theater. Hierin zet een veerman, ergens halverwege het stuk, gebeden zingende monniken over naar de andere oever. Ze zijn op zoek naar het graf van een jongen die een jaar eerder in de buurt van de rivier is overleden. Harptonen klingelen onderwijl, alsof de boot langzaam door het water glijdt en de druppels bij iedere slag van de helmstok van de veerman druipen. Verder gebeurt er eigenlijk vrijwel niets, het orkest bestaat ook maar uit zeven muzikanten. Maar je zult hard moeten zoeken om elders een passage te vinden met een vergelijkbare theatrale verbeelding en suggestieve muzikale zeggingskracht. ...Some special grace is there, to heal the sick in body and in soul, weten de mensen die bij de rivier wonen.

©Rob Zuidam 2011

return to Homepage