Het lawaai dat dronkenschap omgeeft

                    


--------------------------------------------------------------------------------
NRC Handelsblad van 31-12-1999 Pagina 39 CS Portret

Een oude dieselauto met open laadbak tuft gehuld in een wolk van stof het plein op van een park in een slaperig Mexicaans provinciestadje. Achterop de wagen staan een twintigtal muzikanten lijdzaam bijeengepakt, met de ene hand de houten reling omvattend en met de andere hun instrumentkoffer. Even verderop, bij de wat haveloze muziekkapel voorbij de fontein, houdt het transport halt. De leden van de lokale fanfare, de Banda Municipal, klimmen van de wagen: veelal kleine dikkerdjes, gekleed in grijze uniformen met bordeauxrode biezen. Terwijl ze zich naar hun plaatsen achter de gereedstaande lessenaars begeven, hangt een dikke nevel mistroostig tegen de berghellingen geplakt en scharrelt er een hond rond bij het vuil. Dan wordt de lome stilte plots doorbroken door het geschetter en geschal van trompetten en trombones:Amigo, no te vas!, oorspronkelijk een ballade, maar hier in straf marstempo ten gehore gebracht. De meeste inzetten zijn ongelijk en ook de intonatie laat te wensen over. Toch straalt de zoetgevooisde, melancholieke melodielijn moeiteloos door het zwoegende klankgordijn heen. Het verleent de muziek een rafelige elegantie, die tegelijkertijd een gevoel van heldhaftigheid en berusting teweegbrengt. Het zijn karakteristieken van de Mexicaanse muziek die ook veelvuldig aan de oppervlakte komen in het werk van componist Silvestre Revueltas. Vandaag op de kop af een eeuw geleden, op 31 december 1899, zag hij het levenslicht in Santiago Papasquiaro, een piepklein gehucht in de noordwestelijke deelstaat Durango. Dit licht doofde wederom op 5 oktober 1940, nadat hij na een bezoek aan een mezcalito, een café annex bordeel, neerzeeg op het trottoir in Mexico-Stad. Een combinatie van uitputting, longontsteking en alcoholvergiftiging werd hem fataal. Zelfs de toegesnelde Dr. Manuel Falcón, die hem reeds vele malen had weten op te lappen in zijn ontwenningskliniek, kon niets meer voor hem doen.

Silvestre Revueltas is dus letterlijk de twintigste eeuw binnengetuimeld. Zijn korte leven kenmerkt zich door strijd, eerst in zijn door dictatuur en revolutie verscheurde vaderland en later in de Spaanse Burgeroorlog, waar hij zich als vrijwilliger had aangesloten aan de zijde van de Republikeinen. Een vechtpartij in een bar was de oorzaak van een langgerekt litteken op zijn rechteronderkaak, die hij zoveel mogelijk aan het zicht probeerde te onttrekken wanneer hij zich in het openbaar vertoonde. Nadat hij op zijn vijfde van zijn vader een viool cadeau had gekregen, begon Revueltas met het absorberen van de geluidswereld om hem heen. Doordat hij over veel talent bleek te beschikken, kon hij in Colima op het conservatorium gaan studeren, waar hij in contact kwam met de `officiële' westerse muziek. Revueltas schreef acht orkeststukken en een tamelijk omvangrijk oeuvre bestaande uit kamermuziek, filmscores en liederen. Het was hem echter niet meer gegeven om zijn ballet `La Coronela' te voltooien. Berooid na zijn terugkeer uit Spanje en gebroken door de dood van zijn twee dochters, had hij alleen nog maar zin om in de kroeg te zitten. Wanhopig doorzochten producent Celestino Gorostiza en choreograaf Waldeen zijn kamer, op zoek naar velletjes van het manuscript voor de op handen zijnde première en puzzelden zo een partituur in elkaar. Het slot van `La Coronela' getiteld `El Juicio Final' (het Laatste Oordeel) hebben ze echter nooit kunnen vinden. Dat werd vervaardigd door een ghostwriter, Blas Galindo. Revueltas stierf de dag na de première.

 

Er zijn componisten die geen echt noemenswaardige invloed op de muziekgeschiedenis hebben uitgeoefend, maar van wie er desondanks een paar stukken hardnekkig blijven opduiken. Ze hebben zich vanwege de eigenzinnigheid die ze daarin tentoonspreiden een niche weten te veroveren in het pantheon van het ijzeren repertoire. Silvestre Revueltas is daarvan een schoolvoorbeeld. Hoewel hij zondermeer de gezichtsbepalende figuur van de Mexicaanse twintigste-eeuwse muziek is, vervult hij in het internationale circuit een tamelijk obscure, marginale rol. Zijn status als tragische cultfiguur heeft hij te danken aan de faam die een handvol stukken hem verwierf. Hiervan is `Sensemayá' (1938), dat onlangs nog werd uitgevoerd door het Residentie Orkest,het meest bekend.

Het stuk laat zich omschrijven als een bizarre mix van de `Bolero' van Ravel en Strawinsky's `Sacre du Printemps', vermomd als een geheimzinnig en imaginair Azteeks ritueel. Vanuit gegrom in de laagte van gongs en fagotten, ontwikkelt zich een vast ritmisch patroon. Hier overheen ontvouwen zich geleidelijk extatischer wordende melodielijnen, die culmineren in imposante klankopstapelingen. Het procédé is allerminst verrassend. Maar wat een ongelofelijke vindingrijkheid in de instrumentatie. En wat een goed gevoel voor timing en proporties. Je waant je bij een heuse powwow: de stamoudsten zitten gehurkt in een halve cirkel op de grond, lurken wat aan een pijp en hallucineren er ongedwongen op los. Jonge maagden, met juwelen overladen, worden ritueel geofferd in het speciaal daartoe bestemde ravijn.

Zowel qua klank als ritmische drive klinkt `Sensemayá' nog altijd verbazingwekkend hip en fris van de lever. De muziek van Revueltas is bedoeld voor hen die van wat steviger kost houden. Het is heftig en intens, zoals hij er ook van hield om het leven te leiden en maakt gebruik van felle kleuren, snel afwisselende gemoedstoestanden. De schrijver/componist Paul Bowles (1911-1999) in zijn eulogie in het tijdschrift Modern Music: ,,Revueltas kende de basis van muziek: het lawaai dat dronkenschap omgeeft en het gevoel van verlatenheid. Hij had in zijn jeugd gespeeld in bars aan de grens, illegale casino's en filmhuizen. Met zo'n achtergrond kon zijn benadering van het componeren alleen maar gezond zijn. Hij wist waar muziek voor diende, waar het over ging en wat het om het lijf had.'' Ritme speelt een prominente rol in de muziek van Revueltas. Niet alleen worden de partituren ruimhartig gepeperd met percussie-instrumenten, maar vaak zorgt een opstapeling van verschillende ritmische lagen voor een vervreemdende werking. De verwrongen en verschuivende symmetrieën verlenen een andere beleving aan de continuïteit van de muziek. Het is vooral aan de verfijnde regie van dit soort constructies af te meten dat Revueltas een bijzondere componist is. Zijn muziek spreekt altijd meteen aan, maar blijkt zich bij nadere beluistering in een geraffineerd en vaak wat wankel evenwicht te bevinden. Zelf zei hij daarover: ,,Mijn ritmes zijn explosief, voelbaar, visueel. Ik denk in beelden die bestaan uit melodische ketens die zich dynamisch bewegen.''

 

`La Noche de los Mayas' (1939), oorspronkelijk bedoeld als muziek bij een gelijknamige film, is een ander stuk dat de moeite van het luisteren waard is. Het is een orkestraal vierluik dat de magie van de Maya-cultuur probeert op te roepen, vol met hypnotiserende melodische herhalingen, gelardeerd met imposante klanklandschappen en wederom: goede vondsten in de instrumentatie. Het stuk begint met een breed uitgesponnen adagio, in de stijl van een Mahler die verdwaald is geraakt in de jungle van Yucatán. Men ontwaart voetafdrukken van Copland en Ives. In de daaropvolgende delen wordt duidelijk waar Leonard Bernstein zijn inspiratie vandaan haalde voor de meer opwindende passages van zijn West Side Story: een pandemonium van over elkaar buitelende latijnse ritmes breekt los, echo's van bigband-muziek vermengen zich met het quasi-rituele en sacrale. De `vulgariteit' van Revueltas' muziek, het heldere en vaak bruuske timbre, is niet los te zien van de speelwijze van de kleine dorpsorkesten en mariachi's die in Mexico talrijk zijn. De prominente rol van trompetten, tuba en klarinetten in zijn muziek zijn er rechtstreeks op terug te voeren, evenals zijn voorliefde voor bijtende en doelbewust ongepolijste articulaties in het hoge register. Het onzuiver spelen en de ritmische onvolkomenheden van de plattelands-blaaskapel wendde hij aan als stijlmiddel, zoals in zijn `Homenaje a Federico García Lorca' (1936). In dit stuk wordt deze esthetiek gecombineerd met de rigide zakelijkheid van de neo-klassieke stijl, die in de jaren dertig in zwang was.

Anders dan bij Carlos Chávez (1899-1978), zijn aanvankelijke vriend en latere tegenpool, heeft de hang naar mexicanisering van de muziek niet te maken met nationalisme of folklore, maar veeleer met een anti-burgerlijke houding. De muziek van Revueltas is te beschouwen als de equivalent van de muurschilderingen van Diego Rivera en de zelfportretten van Frida Kahlo. De maatschappelijke turbulentie van de eerste decennia van deze eeuw schiep de behoefte aan een herdefiniëring van de Mexicaanse identiteit. Revueltas had een afkeer van chic. Hoewel hij affiniteit had met het modernisme van Erik Satie en de Kubisten, voelde hij zich geenszins deel uitmaken van het Europese culturele leven. Vanuit Parijs schreef hij zijn vrouw Angela: ,,Nu ik mij realiseer hoezeer mijn muziek vloekt met alle normen die in deze beschaving gangbaar zijn, kan ik haast niet wachten om het hier uit te voeren. Ik zou zo graag de blikken van ontzetting op hun gezicht willen aflezen, alsof er zojuist iets obsceens, smakeloos en vulgairs te berde was gebracht.''

Revueltas zag zijn muziek als een middel in de strijd voor de bewustwording van de arbeidersklasse. In de Spaanse Burgeroorlog beleefde hij wat dat betreft zijn finest hour. Als secretaris van de Liga van Revolutionaire Schrijvers en Kunstenaars, organiseerde hij er concerten met zijn muziek voor enthousiaste menigtes van arbeiders en soldaten. Eindelijk scheen het lot hem gunstig gezind te zijn. Maar helaas was zijn partij aan de verliezende hand.
Morgen tuimelen wij met zijn allen de eenentwintigste eeuw binnen en is dit millennium ergens dood op straat neergevallen. ,,Rust, broeder, jouw dag is ten einde. Nu zijn de sterren van Amerika jouw land en vanaf deze dag is de Aarde je tehuis zonder deuren'', zo dichtte Pablo Neruda bij de dood van Silvestre Revueltas.

©Rob Zuidam 1999

return to Homepage