NRC Handelsblad van 17-11-1995 Pagina 1 CS, Interview

Een passage met relatief veel luchtverkeer; Het geluidsuniversum van Frank Zappa

Frank Zappa verwerkte in zijn muziek zowel simpele bluesschema's als strakke riedeltjes uit tekenfilmmuziek en complexe ritmische patronen van Edgar Varèse. Die esthetische houding werkte volgens componist Rob Zuidam verfrissend: “Het is meer nog deze houding, dan de muziek zelf die mij beïnvloed heeft, al vind ik het moeilijk om iets voor een elektrische gitaar te schrijven zonder daarbij in de buurt van Zappa te komen.”

Delen uit The Yellow Shark van Frank Zappa, werk van Conlon Nancarrow en Fishbone en Chant uit 'Three Mechanisms' van Rob Zuidam, door Ensemble Modern o.l.v. Peter Rundel. Matinee op de Vrije Zaterdag 18/11 (14.00u), Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 24/11 (20.02u) Radio 4. De cd 'The Yellow Shark' verscheen op het label Ryko (rcd 40560); de biografie 'The Real Frank Zappa Book' van Peter Occhiogrosso is een uitgave van Poseidon Press.

Ik heb de muziek van Frank Zappa zowat mijn hele leven gekend. Ze behoort tot mijn vroegste muzikale herinneringen, zij het dat deze van wat minder aangename aard waren: mijn oudere broers draaiden het eerste album, Freak Out! op een toepasselijk geluidsniveau grijs, terwijl ik als peuter een etage lager, ondanks de bonkende bassen en de rare koortjes, manmoedig poogde om wat slaap te vatten. Deze klanken zullen zich dus wel ergens in mijn genetisch materiaal genesteld hebben.

Als ik een jaar of dertien ben kom ik voor een tweede keer, ditmaal op vrijwillige basis, met zijn muziek in aanraking. Vanaf dat moment ben ik verkocht. Een van de eerste rockconcerten die ik bezoek, is een optreden van Zappa in de Ahoy'. Het is de tijd dat albums als Studio Tan en Sheik Yerbouti uitkomen, die als eerste aan aandachtige beluistering onderhevig zijn, gevolgd door zijn gehele oeuvre. Wat mij er meteen vanaf het eerste gehoor aan fascineert is de ontstellende virtuositeit van de muziek en, daarmee, het ogenschijnlijke gemak waarmee het plaatsvindt.

Toen ik onlangs bij een hoofdstedelijke platenzaak, met een gerenommeerde collectie twintigste-eeuwse muziek, naar The Yellow Shark van Frank Zappa vroeg, een compilatie van instrumentale muziek die morgen in de Vara-Matinee wordt uitgevoerd door het Ensemble Modern, keek de verkoper me enigszins verbouwereerd aan en antwoordde verontschuldigend: “Euh... we verkopen hier alleen maar klassieke muziek”. “Ja, maar,” wierp ik tegen, “het is gecomponeerde muziek, voor overwegend akoestische instrumenten, het wordt uitgevoerd door het Ensemble Modern uit Frankfurt er er staat een heuse dirigent voor om de zaak bij elkaar te houden.” En dan, tenslotte, misschien nog wel mijn sterkste argument: “Hij is dood.”

Toch blijkt dat het voldoen aan al deze criteria nog immer niet tot gevolg heeft dat Frank Zappa als een serieus componist wordt beschouwd. Dit kan voor een deel verklaard worden door de aanzienlijke bekendheid als songwriter, gitarist en bandleider; aanvankelijk van de op moederdag 1964 opgerichte Mothers of Invention en later van jaarlijkse wisselende formaties. Hij werd daarmee dè exponent van de freak-scene in het Los Angeles van de jaren zestig. De weerwil om hem daarnaast als serieus componist te beschouwen, schuilt wellicht ook in de schijnbare tegenstrijdigheid met dit imago. Serieuze componisten worden nu eenmaal geacht er serieus uit te zien en zich dienovereenkomstig te gedragen, zodra zij zich in het openbaar vertonen. Gelukkig is dat niet altijd het geval. Feit is dat Zappa bij zijn overlijden, twee jaar geleden, een niet onaanzienlijk oeuvre met werken voor orkest en ensemble naliet, gecomponeerd in een tijdspanne van meer dan dertig jaar.

Autodidact

De muziek van Frank Vincent Zappa, geboren in december 1940 in Baltimore, Maryland, kenmerkt zich bovenal door iconoclasme. Als componist en gitarist is hij autodidact. Zijn muzikale idioom wordt in de eerste plaats gevormd door het gretig absorberen van alles wat in zijn blikveld komt. Voor de slungelige tiener Zappa, die opgroeide in een landerig stadje in California, zijn dat de rhythm & blues van Lightnin'Slim, de tunes van tv-shows, de muziek van B-films uit Hollywood en, ongeveer in 1957, de geboorte van de rock 'n' roll.

Ook weet Zappa, in de locale hi-fi store, de hand te leggen op een lp met werken van componist Edgar Varèse. De eigenaar van de winkel gebruikte Varèse's muziek om daarmee klankmogelijkheden van hippe stereomeubels te demonstreren omdat hij de muziek zelf verder onverkoopbaar achtte. Voor Zappa echter, is het een eerste stap naar nieuwe muzikale werelden. Hij schaft Stravinsky's Sacre du Printemps aan. Met krijtstreepjes markeert hij op het vinyl de meest interessante, heftige gedeeltes. Ook laat hij zich verbazen door de geconcentreerde wereld van Anton Weberns strijkkwartetten.

Hieruit ontstaat Zappa's uitzonderlijke vermogen om wijd uiteenliggende muzikale stijlen te vermengen. Het meeste opmerkelijke aan hem is dat hij als beginnend componist geen voortijdige verdrinkingsdood is gestorven in de zee van stijlen en muzikale idiomen die hij wilde bevaren. Zappa hanteert stijl als een gegeven, dat hij vakkundig ontleedt en reduceert tot zijn essentie, om het vervolgens tot vaak karikaturale proporties uit te vergroten. Stijl wordt door hem primair opgevat als de speelbal van de expressie. Het dient als kapstok voor de geste, het muzikale gebaar.

De grillige, springerige melodiek, de organisatie van materiaal en de ritmische gelaagdheid van Edgar Varèse's muziek zijn van blijvende invloed op Zappa's muzikale output. Deze invloed is het meest evident aanwezig in stukken als The Black Page (1973), een uitgecomponeerde percussie-solo die zich met duizelingwekkende snelheid voortbeweegt.

Hier lijken de koppelingen tussen toonhoogte en ritmiek rechtstreeks aan de muzikale architectuur van Varèse ontleend. De Black Page Part Two, de zogeheten 'vereenvoudigde tiener-versie', brengt bovendien een ander interessant aspect van Zappa's muziek aan de oppervlakte: in dit stuk blijft de oorspronkelijke melodie gehandhaafd, maar die wordt voorzien van een pompend disco-basje. Deze constante puls plaatst de melodie in een geheel andere context. Het legt een relatie met procédés, die toegepast worden in het genre van de tekenfilmmuziek zoals die in de jaren veertig opkwam.

Bugs Bunny

In de tekenfilmindustrie was het gebruikelijk om bij het vervaardigen van de partituur voor de geluidsband uit te gaan van een van tevoren vastgelegd tempo; tachtig beats per minuut bijvoorbeeld. Daarmee werd een soort tijdsraam gecreërd, zodat men al in een vroeg stadium precies wist op welk moment de visuele handelingen plaats zouden vinden. Voor de componist vormde deze strakke richtlijn van één strikt tempo natuurlijk een rigide beperking. Grootheden van het genre, zoals Carl Stalling, die in 1941 de partituur voor de eerste Bugs Bunny vervaardigde, ontwikkelden tal van methodes om aan dit strakke ritmische keurslijf de ontsnappen en een muziek te creëren die in een quasi-vloeibare staat schijnt te verkeren en op elk gewenst moment van gedaante kan wisselen.

Hierin moet Zappa een belangrijke inspiratiebron hebben gevonden voor de vele karakteristieke loopjes, die om de haverklap in zijn werk opduiken, waar steeds net een paar noten te veel in lijken te zitten. Hij ontwikkelt een melodiek die, naast sterke lyrische kwaliteiten, over een onmiskenbaar persoonlijke signatuur beschikt. Frappant is dat het daarbij niet uitmaakt of we met de gitarist-improvisator, of met de componist van doen hebben. Ondanks de aangewende stilistische variëteit, klinkt het altijd naar Zappa.

De invloed van Stravinsky is niet zo gemakkelijk aanwijsbaar, maar wel degelijk aanwezig. Het is meer op het harmonisch-organisatorische vlak en in de contrapuntische behandeling van polyfone texturen dat hij het een en ander van de oude vos heeft afgekeken. In Uncle Meat, dat deel uitmaakt van de The Yellow Shark, zijn duidelijk stravinskiaanse trekjes waarneembaar. Het stuk lijkt gemodelleerd naar de hoekige melodieën van l'Histoire du Soldat. Voor het overige zijn beide componisten even radicaal als het aankomt op het naar hartelust plunderen van reeds bestaande muziek. Stravinsky komt nog het meest direct aan de oppervlakte in de vorm van citaten. In Duke of Prunes duikt ineens de 'Berceuse' uit de Vuurvogel-Suite op. Het weergaloos lullige I'm Losing Status at the High School springt over in de openingsfiguur van Pétrouchka, en tijdens geïmproviseerde secties weerklinken fanfares uit Agon.Orkestmuziek

De geringe bekendheid van Zappa's werken voor orkest en ensemble heeft veel te maken met de stroeve band die hij lange tijd onderhield met het orkestleven. Al vanaf de late jaren zestig ondernam hij diverse pogingen om projecten met orkestmuziek van de grond te krijgen. Deze leden echter om uiteenlopende redenen schipbreuk. Zo legde hij vaak ruime claims op repetitie-schema's. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest deinsde er een aantal jaren geleden voor terug om drie weken non-stop op het werk van Zappa te repeteren. Ook waren er financiële perikelen met vakbonden en uitvoerende muzikanten. Zo kan hij zich in de biografie die Peter Occhiogrosso in 1989 over hem schreef, onder het hoofdstuk Orchestral Stupidities, op kostelijke wijze opwinden over de leden van een Nederlands orkest, die wilden dat hij hen rechten betaalde voor het uitvoeren van zijn muziek, (althans, zo luidt Zappa's versie van het verhaal). Dit was in het kader van een grootschalig project, dat ook weer niet doorging, voor het Holland Festival in 1970.

Soms stuitte hij gewoon op onwil en onbegrip. De beelden in Zappa's film 200 Motels van geagiteerde, tegen de pensioengerechtigde leeftijd lopende orkestmusici die met oordoppen in clusters spelen, spreken wat dat betreft boekdelen. Pas halverwege de jaren tachtig is Zappa in staat om zijn orkestwerk op ordentelijke wijze te horen uitvoeren, dank zij de band met componist/dirigent Pierre Boulez, die zijn werk met de London Symphony Orchestra en het Parijse Ensemble InterContemporaine uitvoert en opneemt.

The Yellow Shark bestaat uit een aaneenschakeling van instrumentale stukken en vormt onbedoeld een soort suite. Standards, zoals 'Dog Breath' en de 'Bebop-Tango', passeren de revue, maar er is ook recenter materiaal in verwerkt, dat veelal uit improvisaties is ontstaan. Het geeft een caleidoscopisch beeld van Zappa's compositorische arbeid over de afgelopen decennia. Het project was het gevolg van een langdurige en vruchtbare samenwerking tussen het Ensemble Modern en de componist. Ouder materiaal werd deels herschreven of opnieuw gearrangeerd. Het ensemble verhuisde in juli 1991 enige weken van Frankfurt naar Los Angeles, om in de Joe's Garage-studio met Zappa te repeteren en aan de werken te schaven. Daar maakten zij zich eveneens vertrouwd met Zappa's techniek om half te dirigeren, half aanwijzingen te geven. De aanwijzingen geeft hij door gebruik te maken van een heel arsenaal aan gebaren- en lichaamstaal en van begrippen die vaak staan voor een bepaald muzikaal cliché. Zo staat de 'Quaalude Thunder' bijvoorbeeld voor een drum-roll die veelvuldig in heavy metal-muziek aangewend wordt, waarbij de drummer zoveel mogelijk noten op zijn tomtoms produceert alvorens met een grote dreun op het bekken en de basdrum aan te landen bij het slotakkoord.

Nadat de stukken geleidelijk een definitieve vorm hadden gevonden, werden ze in partituurvorm uitgeschreven en sindsdien zijn ze een van de paradepaardjes van het ensemble. De texturen van The Yellow Shark klinken transparant doordat de muzikanten, haast onmerkbaar, worden versterkt. Voor elk stuk werd een zeskanaals geluidsmix vervaardigd, wat het mogelijk maakt om de dynamiek van de instrumenten individueel bij te sturen. Hierdoor is bijvoorbeeld een fluit in het lage register nog zeer goed hoorbaar, in een passage met relatief veel luchtverkeer. The Yellow Shark is een must voor de ware Zappa-liefhebber. Niet te versmaden zijn ook de sporadische en onbedoeld komische vocale bijdragen van de ensembleleden, zoals in 'Wellcome to the US'... Zhis German Aksent is van een wellicht exemplarische zappiaanse hilariteit.

Rocktraditie

De muziek die hij voor de Mothers of Invention schrijft is onmiskenbaar gegrondvest op de pijlers van de rocktraditie. Maar van het begin af aan zijn deze songs doorregen met texturen die, door hun complexiteit, het niveau van de gemiddelde rockband verre overstijgen. Zijn creativiteit en inventie, die ervoor zorgen dat elementen uit de gecomponeerde- en geïmproviseerde muziekpraktijk in een nieuwe context staan, verlenen hem de status van een geval apart in de muziekhistorie.

De muziek ontleent een opvallende zeggingskracht aan de directheid van het alledaagse van veel van zijn basismateriaal. Een simpel bluesschema kan de onderlaag vormen voor een onnavolgbaar door alle registers schietende melodie. De door Zappa gecreëerde muzikale landschappen hebben vaak een bizar en vervormend effect. Hij is een ware meester in het spelen met verwachtingspatronen. Humor is in zijn handen een machtig en doeltreffend wapen. Ze vormt vaak ook de drijvende kracht waarmee de bonte diversiteit aan stijlen met elkaar in verbinding wordt gebracht.

Het grappigst zijn misschien nog wel de persiflages, zoals in Flakes, waarin Adrian Belew een perfecte imitatie van Bob Dylan, compleet met mondharmonica, ten gehore brengt. Of een gitaarsolo, die zichzelf volkomen de mist inspeelt, in de stijl van Carlos Santana. Het is boven alles muziek die gebruikmaakt van de mogelijkheden die voorhanden zijn. De esthetische houding die daaruit spreekt, heeft voor mij, en ik vermoed op een groot deel van de jongere generatie componisten, altijd een verfrissende werking gehad.

Het is misschien meer nog deze houding, dan de muziek zelf die mij beïnvloed heeft, al vind ik het moeilijk om iets voor een elektrische gitaar te schrijven zonder daarbij in de buurt van Zappa te komen. Peter Rundel, de dirigent van het Ensemble Modern, vindt dat de esthetische houding van Zappa zich kenmerkt door het doorbreken van regels. Ik zou daar tegenover willen stellen, dat Zappa juist opmerkelijk handig van de regels gebruikmaakt.

Ik was zeker niet de enige die aanvankelijk wat gewenningsverschijnselen vertoonde bij het binnentreden van Zappa's geluidsuniversum. De Los Angeles Times schreef bij het verschijnen van Freak Out! in augustus 1966 dat het album 'een stimulans betekent voor de aspirine-industrie'. Het waren, naast de aangewende muzikale expressiemiddelen, vooral de uiterlijke verschijningen van de kwintet-leden, die de controverse teweegbracht die nu eenmaal bij dat tijdsgewricht paste. De Mothers of Invention gaven vorm en inhoud aan het begrip 'langharig tuig'. Veel critici beschouwen het hybride werk van Zappa als een geperverteerde vorm van politiek theater en een typisch produkt van de jaren zestig. Zij zien echter over het hoofd dat het Zappa's persoonlijkheid is, die onlosmakelijk aan zijn muziek is verbonden. Het beste bewijs daarvoor lijkt mij, dat toen de hausse al lang en breed was weggeëbd, hij onverdroten voort bleef gaan met het verder uitbouwen van zijn oeuvre, in een nimmer aflatende publieke belangstelling.

Zappa was een harde werker, met een ijzeren discipline. Hij eiste van zijn muzikanten dat ze, voor een tournee, maandenlang acht uur per dag repeteerden. De enige keer dat ik hem ontmoette, bij de voorbereidingen voor een concertreeks in The Ritz in New York ter gelegenheid van zijn vijftigste verjaardag, was hij reeds zichtbaar ziek en vermoeid van de prostaatkanker die hem uiteindelijk fataal zou worden. Dit weerhield hem er niet van om veelvuldig aanwijzingen te geven en, ondanks de hem omringende chaos, onverstoorbaar van alles zat te regelen. Op het programma stonden die avond Socrate van Erik Satie en werken voor de Zappa-band aangevuld met een 24-mans freelance-orkest. Ik vertelde hem, hoe ik voor het eerst met zijn muziek in aanraking kwam. “Maar,” zo voegde ik er ogenblikkelijk aan toe, “voor jouw muziek blijf ik graag wakker.”

© Rob Zuidam 1995