Music Samples - Robert Zuidam


Sauvage Noble
concerto for Horn, Oboe and Ensemble


fragment I (stream 2:37)

fragment II (stream 2:08)

Marieke Schut - oboe
Jan Harshagen - Horn
ASKO/Schönberg Ensemble

cond. by Oliver Knussen

Het idee voor Sauvage Noble is in eerste instantie ontstaan nadat het ASKO-Ensemble in mei '94 mijn opera Freeze had gespeeld in München, dit overigens op voortreffelijke wijze. Rijp beraad met de heren Heering en Jonker, destijds de ASKO-denktank, had opgeleverd dat ik een stuk zou gaan maken voor hobo en hoorn plus nog een aantal instrumenten. Waarom is me niet helemaal meer duidelijk. Het had iets van doen met de jongens tegen de meisjes, geloof ik, en het plan leek voornamelijk bedoeld als kapstok voor het verzinnen van scabreuze titels. Toch sprak het idee mij aan, vanwege de onmogelijkheid die het in zich herbergt om deze heterogene instrumenten met elkaar in balans te brengen. Ik ging onderzoeken hoe deze schijnbare onvolkomendheid te veranderen was in een structuurbepalende eigenschap. Wat mij voor ogen stond, was niet zozeer een dubbelconcert-achtige vorm, maar een ensemblestuk waarin de hobo en hoorn een zeer prominente rol spelen. Zij vormen het geraamte van het stuk en fungeren als katalysator van de muziek. De titel Sauvage Noble heeft betrekking op de klankkleur van beide instrumenten en refereert aan het feit dat zowel de hobo als de hoorn in het verleden een functie bij de jacht vervulden. De jachthoorn is overbekend van de koektrommels met Engelse taferelen, roodgejakte mannen in witte rijbroek, te paard en omgeven door een meute opgewonden hijgende honden. De oorspronkelijke naam van de althobo is oboe da caccia. Er wordt ook gejaagd in Sauvage Noble, al is het niet altijd duidelijk wie het op wie gemunt heeft. Dit vertaalt zich muzikaal in het aanwenden van vormen als ricercare's en caccia's; imitatieve, polyfone muziek, zij het veelal in gemankeerde vorm. : De hobo heft een thema aan en de hoorn zet de achtervolging in, vanwege zijn geringere wendbaarheid een hopeloze onderneming, tenzij hij een sluiproute kiest. Rousseau's begrip 'nobele wilde' drukt tegelijkertijd een utopische staat van bewustzijn en een terugverlangen naar een oerbron uit. Het streeft dus langs twee wegen naar iets onmogelijks. De muziek probeert binnen te dringen in de verbeelding van deze subtiele primitieveling en diens rituele belevingswereld. Is hij werkelijk zo wild, of zo edelmoedig, of moet hij laveren tussen gefingeerde onschuld en apathie? Sauvage Noble is opgedragen aan mijn zoon Adam. De blik die hij mij gegund heeft op de mens in zijn meest natuurlijke staat, zijn verwondering bij het ontdekken van zijn handen en voeten, heeft onmiskenbaar een invloed gehad op de muziek.
Rob Zuidam, 2002




return to Homepage