Rage d'Amours - Libretto

 © Robert Zuidam 2002/2003

 © Nederlandse vertaling : Jeanne Holierhoek en Janneke van der Meulen / De Nederlandse Opera

 

  Prologue  
Scene 1 - Te espero cada hora...
Scene 2 - Zware storm op zee
Scene 3 - Sire, je sçay bien...
Scene 4 - Uti flos...
Scene 5 - Tal es mi amado...
Scene 6 - La pobreçita Reina...
Scene 7 - Venid...
Scene 8 - Lève-toi, ma bien-aimée
   


   Download libretto in doc. format


Rage d'Amours - Zuidam
Juan Pradilla - Juana with coffin
( National Gallery, London)


.

 

Prologue

Proloog

(Prediction by an old Galician woman)

Rey, tan hermoso y gallardo,               
mancebo sensual y veleidoso,             
escuchadme, ilustre rey.                     

Habrá de andar por Castilla                 
más caminos y más tiempo                 
muerto que vivo.                                  

Que más andará                                  
muerto que vivo,                                 
así se cumplirá.                                  


(Voorspelling door een oude Gallicische vrouw)

Koning, gij zo mooi en dapper,
gij zinnelijke, grillige jongeman,
illustere koning, luister naar mij.

Gij zult Castilië langer en
wijder doorkruisen
na uw dood, dan tijdens uw leven.

Gij zult grotere afstanden afleggen
na uw dood, dan tijdens uw leven,
aldus zal het zijn.

 

Scene 1

Scene 1

Juana in her dungeon, in a tower of the Santa Clara-
monastery in Tordesillas. A room with one window,
overlooking Philip's tomb.

Johanna in haar cel, in een toren van het klooster Santa Clara
te Tordesillas. De kamer heeft één raam, dat zicht biedt
op het graf van Philips.

Juana (à3) : Juana (à3) :
Phelipe, oh, Phelipe.                                  
Te espero cada hora.                     
¿ Qué te impide? 

Philips, o Philips.
Ieder moment verwacht ik je.
Wat houdt je tegen?

(whispered)
Delicta juventutis et ignorantias eius                   
Quaesumus ne memineris, Domine,                     
sed secundum misericordiam tuam,                    
memoresto illius in gloria claritatis tuae.
(fluisterend)
De fouten van zijn jeugd, zijn onwetendheid,
wij bidden u, o Heer, wil dit alles vergeten,
en wil, overeenkomstig Uw barmhartigheid,
hem gedenken in de glorie van uw licht.
Pierchon de Rue :
Je ne vous ay jamais parlé de Jehanne,              
la royne de Castille,                                           
pour ce que je ne désire point dire chose           
qui desplaise aux dames.

Pierchon de Rue :
Ik heb u nooit verteld van Johanna,
koningin van Castilië,
omdat ik niet graag iets zeg
wat de dames niet aanstaat.

Toutesfois, combien qu'elle soit bonne,               
belle et jeune dame,                                            
digne d'estre aymée                                            
du plus beau homme de bien                              
et le plus grand maistre du monde                      
se deusist bien avoir contenté d'elle                   
et de sa personne.

Néantmoins jeunesse est tant convoiteuse        
de toutes choses plaisantes,                              
et espéciallement de femmes,                            
quant le jeune cueur s'y adonne,                       
que combien qu'elle fût très-belle                       
et la plus preudhe femme de son corps,            
et qu'elle ne tardoit guère plus que l'année       
de engendrer et procréer enffant                       
en son noble corps.

Néantmoins, comme je vous dis,                   
tant pour la jeunesse du Roy Philippe
que par aventure pour le jeune conseil
qu'il avoit autour de luy,
la bonne Royne en chust en quelque jalouzie
et de telle heure que jamais
ne s'en a sceu ne peu retirer,
et la chose luy est tournée
en une très-malvaise coustume,
jusques à la rage d'amours,
qui est une rage excessive et inextinguible;
et la bonne Royne
n'a eu non plus de bien ne de repos
qu'une femme damnée
ou une femme hors de sens.

En toch, al was ze een goede,
mooie en jonge dame,
en al was ze het waard om te worden bemind
door de schoonste edelman
en al had de machtigste heerser ter wereld
blij mogen zijn
met haar en haar verschijning.

Desondanks is de jeugd zo belust
op al wat plezier verschaft
vooral op vrouwen,
wanneer het jonge hart zich daaraan overgeeft,
dat zij dan wel bijzonder mooi mocht zijn,
deugdzaam als geen andere vrouw,
en dat het nog geen jaar duurde
of ze schonk reeds het leven aan een kind
dat in haar nobele lichaam was verwekt.

Maar dat niettemin, zoals ik al vertelde,
zowel vanwege de jeugd van koning Philips
als wellicht vanwege de jeugdige adviseurs
die hij om zich heen had verzameld,
de goede koningin gegrepen werd door een jaloezie,
zo bestendig dat het haar niet meer lukte
zich ervan te ontdoen.
Dit gevoel werd voor haar
zo'n slechte gewoonte
dat het ontaardde in een liefdesrazernij,
een heftige, ontembare razernij.
En de goede koningin heeft nadien
even weinig geluk of rust meer gekend
als een verdoemde
of buiten zinnen geraakte vrouw.

Et pour en dire la vérité,
elle avoit quelque occasion de ce faire:
car, comme je vous ay dit,
son mary estoit beau, jeune
et fort bien nourry,
et luy sembloit qu'il pouvoit
beaucoup plus acomplir des œuvres de nature
qu'il n'en faisoit;
et il entoit avecq l'évesque de Besançon,
qui luy souvent menoient
à l'aventure en lieux dissoluz,
et présens de pluseurs belles jeunesses
journellement.

Tellement qu'elle se contenoit
en femme désesperée,
et ne cuidoit point que jamais il eust
esté possible qu'il fust assez avecq elle
à son gré ne désir.
Ne cessa que les dames qui estoient
en sa compagnye ne furent renvoiées,
ou aultrement elle eust tout publiquement
voulu donner á cognoistre sa jalouzie et folye.

En in alle oprechtheid:
ze had er reden voor.
Want haar echtgenoot, zoals ik al zei,
was mooi, jong
en welgedaan,
en hij meende het werk der natuur
veel vaker te kunnen volbrengen
dan hij in feite al deed.
Hij trok op met de bisschop van Besançon,
die hem vaak meenam op avontuur
naar losbandige oorden,
en hem dagelijks voorzag
van verscheidene knappe meisjes.

Dit alles dreef haar
tot wanhoop,
want, meende ze, nooit zou hij zo dikwijls
bij haar kunnen zijn
als zij wilde en verlangde.
Ze liet niet af tot alle dames uit haar omgeving
waren heengezonden,
of anders zou ze luid en duidelijk
haar jaloezie en haar dwaasheid hebben getoond.


Et fist tant qu'elle demoura seulle
de toutes femmes du monde,
fors qu'une lavandière,
qui luy lavoit son linge en sa présence.


Zo bleef ze geheel alleen,
zonder andere vrouwen,
op een wasvrouw na
die in haar bijzijn de was deed. er jealousy and madness.

 

Scene 2

(Heavy storm at sea. While the narrator continues,
a storm is building up in the music,
from the distance there are cries of despair and distress)

(P.deR. :)
Et l'aymoit d'une amour
sy très-ardante et excessive
qu'elle estoit sans aucunne paour
de perdre sa vie.
Quant ils partaient d'Ermue
pour la Couronne
avecq la navire du roy,
le vend et la mer furent sy très-horrible
et impétueulx
que le jour estoit plus obscur
que n'estoit la nuyt.
Tout la compagnye croyait que seroient-ilz
misez en gouffre des ondes,
l'ung se souhaidoit desjà mort
et l'aultre promettoit voiaiges;
en si grand péril, la bonne royne Jehanne
estoit sans mutacion de son cueur ne son couraige,
et bien contentée d'estre autour
de son beau mary.







Zwaar weer op zee. Terwijl de verteller zijn relaas vervolgt,
zwelt in de muziek een storm aan.
In de verte klinken wanhopige noodkreten.


(P.deR. :)
En ze had hem lief
met zo'n vurige, heftige liefde,
dat ze volstrekt niet beducht was
voor de dood.
Toen ze uit Arnemuiden vertrokken
naar La Coruña,
met het schip van de koning,
werden de wind en de zee zo schrikwekkend
en zo onstuimig
dat de dag donkerder was
dan de nacht.
Alle opvarenden vreesden te worden
verzwolgen door de golven,
de een wenste zich al dood,
de ander beloofde een pelgrimstocht te zullen maken;
maar het grote gevaar deerde niet
het moedige hart van de goede koningin Johanna,
gelukkig als ze was met het gezelschap
van haar knappe man.


(simultaneously with P.de R.)

Nobleman :
Au secourz ! Miséricorde.

Sailor 1   : (somewhat nauseous and seasick)
Oh ! Ah !

Sailor 2 :
Ave Maria, ora pro nobis…
Sed nuestro amparo y defensa.

Nob.+ S.1 :
Sauve qui peut. Oh, sauve qui peut !

S.2 :
Ea, señores, aqui no hay necesidad
de lagrimas sino de manos !

(a loud bang, followed by a creaking sound)

S.1 :
Est abatue la voille du navire du Roy !


(tegelijk met Pierchon de Rue)

Edelman :
Help! Heb erbarmen.

Zeeman 1 :  (licht misselijk en zeeziek)
Oh! Ah!

Zeeman 2 :
Ave Maria, bid voor ons...
Wees onze toeverlaat en bescherming.

Ed.+ Z.1 :
Zoek redding, ieder voor zich! Zoek redding!


Z.2 :
Hé heren, aan gejammer hebben we hier geen behoefte,
wel aan een helpende hand!

(Een luide klap, gevolgd door gekraak.)

Z.1 :
Het zeil van het schip van de koning is neergegaan!

Philippe :
Hélas ! mon admiral, sire de Bèvres
et comte de Nassou.
Et où estes-vous ?
Alors ? Où estes-vous ?!
Estes-vous desja engloutis
de ceste rebelle et malvaise mer ?

S.2   : (trying to approach Philip and to attach an
inflatable leather bag to his garments)
Sire, ne bougez pas, s'il vous plaist, Sire.

Ph. :
Hélas ! et que j'ay grand regret de voz vies,
et d'estre cause de vostre mort !

S.1 :
Sire, si vous me permettez,
je vous met ce sac de cuir…

Ph. :
Hélas ! que je fis grand folye
quant j'emmenay tant de nobles hommes
hors de mes païs !

Nob. :
Au secourz !

S.1 :
..pour que vostre corps ne coule pas
et que voz funerailles
soyent digne d'un roy

Philips :
Helaas! Admiraal, Heer van Bèvres
en graaf van Nassau.
Waar bent u?
Zeg eens, waar bent u?
Bent u al opgeslokt
door die rebelse, kwaadaardige zee?

Z.2 : (terwijl hij tracht Philips te naderen om een opblaasbare zak van leer aan diens kleding te bevestigen)
Sire, niet bewegen alstublieft, Sire.

Ph. :
Helaas! Hoezeer treur ik om uw levens,
en dat ik de oorzaak moet zijn van uw dood!

Z.1 :
Sire, als u mij toestaat, doe ik u
deze leren zak om...

Ph. :
Helaas! Hoe dwaas ben ik geweest
om al die edellieden mee te nemen
uit mijn land!

Ed. :
Help!

Z.1 :
Opdat uw lichaam niet zinkt
en u de begrafenis krijgt
die een koning past.


Juana 3
:
No temad, estad quedo.
Nunca murió rey ahogado.
Las muchas aguas
no podrán apagar el amor, 

Ph. :
Hélas ! mon Dieu,
et quel regret auront mes amis
quant ilz verront que je pers ma vie
à l'heure que j'ay attaint l'eage de discression,
à l'heure que les grans royaulmes
et seignouries me doibt appartenir !

S.1 :
Et maintenant…
Je vais le gonfler.

(the sailors start to inflate the bag with a pair of bellows.
The orchestra provides the sound of blowing air,
in two alternating groups)


Juana 3
:
Niet bang zijn, kalm blijven.
Nog nooit is een koning verdronken.
Al dat water
kan de liefde niet doven.

Ph. :
Helaas! Mijn God!
En wat zullen mijn vrienden treuren
wanneer ze mijn dood moeten ervaren
juist nu ik de jaren des onderscheids heb bereikt,
juist nu grote koninkrijken
en leengoederen mij toevallen!

Z.1 :
En nu...
ga ik blazen.

(Met een blaasbalg begint de matroos de zak te vullen
met lucht. Het orkest, gesplitst in twee groepen,
produceert blaasgeluiden.)

Ph. :
Néantmoins, combien je prie Dieu dévotement,
la glorieuse vierge Marie,
qu'elle me veulle encoires préserver,
au moins que je ne meure point
de sy villaine mort ne sy rigoureuse,
mais me vueille préserver,
et je te promets de toy allé visité en tes églises
de Montserrat et de Gardeloupe,
et devant ton ymage
offry mon pesant d'argent.

Nob.
: (reading out loud while writing or painting a sign)

Ph. :
Niettemin, hoe vurig bid ik tot God,
en tot de glorierijke maagd Maria, dat zij me
wil bewaren,
dat ik toch niet zo'n treurige
en brute dood zal sterven,
maar dat ze me wil bewaren,
en ik beloof, een bezoek te zullen brengen
aan uw kerken in Montserrat en Guadalupe,
en voor uw beeltenis
mijn gewicht in zilver te zullen offeren.

Ed. : (hardop lezend, terwijl hij op een bordje schrijft of schildert)

El…. Rrey……. Don ….. Phe…. li…..pe…

(putting the sign on Philips back)
Et voilà …

J.3 :
Las muchas aguas
no podrán apagar el amor. 
Nunca murió rey ahogado.

Ph. :
Hélas ! que je fis grand folye.

Ko... ning... Don... Phi... lips

(bevestigt het bordje op Philips' rug)
Zo...

J.3 :

Al dat water
kan de liefde niet doven.
Nog nooit is een koning verdronken.

Ph. :
Helaas! Hoe dwaas ben ik geweest.


S.2 :
(suddenly shouting)
Tierra ! Veo tierra !

Nob. :
On est sauvé !

S.1  :
C'est vray ! Il- y'a terre en vue !
Sauvetage, enfin…

Nob.  :
C'est le païs des Winnezorres, je croy.
Ahh, quel bonheur.

(the crew of the ship starts to disperse. Except for Philip, whose balloon has meanwhile deflated. He remains behind at the centre of the stage)

S.2  :
Entonces, cavalleros, desembarquamos !

S.1  :
Sauvé, sauvé, sauvé !


Z.2 :
(begint plotseling te schreeuwen)
Land! Land in zicht!

Ed. :
We zijn gered!

Z.1 :
Ja, het is waar! Land in zicht!
Eindelijk redding...

Ed. :
Dat is naar ik meen het land van de Windsors.
O, wat een geluk.

(De bemanning van het schip verspreidt zich,
maar Philips, wiens leren zak intussen is leeggelopen,
blijft midden op het toneel achter.)

Z.2 :
Vooruit mannen, van boord!

Z.1 :
Gered, gered, gered!



Scene 3



Scene 3


(Philibert Naturel is writing, and reading out loud a letter at the side of the stage. Philip remains at the centre of the stage, after his balloon has deflated at the end of scene 2 . He starts to shiver and falls ill, to die at the end)

Philibert Naturel :
Sire, je sçay bien qu'il vous souvient
de plusieurs secretz conseilz
que vous avez tenu pour le service
de vostre corps et de vostre bouche.

Sire, je vous advertiz qu'il est
merveilleusement fort nécessaire
que le faictes encoires plus estoit
que jamais ne fut,

et ce que ceulx qui vous servent de bouche
soyent toujours ung,
sans changier des chascuns escuyers
ne touts officiers de bouche,
et que surtout en vostre cuysine
nul n'y entre que ceulx
qui appartient.


(Philibert Naturel, aan de zijkant van het toneel, schrijft een brief, die hij tijdens het schrijven hardop voorleest. Philips blijft midden op het toneel staan, nadat aan het slot van het tweede tafereel zijn leren zak is leeggelopen. Hij begint te beven, wordt ziek en gaat uiteindelijk dood).


Philibert Naturel :
Sire, u herinnert zich uiteraard
een aantal geheime adviezen,
aan u verstrekt in het belang van
uw lichamelijk welzijn en uw voedsel.

Sire, ik waarschuw u,
het is buitengewoon noodzakelijk
dat u zich strenger opstelt
dan ooit,

dat uw maaltijd steeds wordt opgediend
door één enkele persoon,
zonder dat u ooit van kok verandert,
of van wie ook maar met uw eten is belast,
en dat vooral niemand
uw keuken betreedt
die er niet hoort.

Ph. :
Aaahh, quelz frissonz… Me donne le vertige,
des nausées…
Je me sent mal…

P.N. :
Car, avec ce que les astrologues vous menassent
merveilleusement de ce péril;
par deçà, à ceste congrégation
de chapittre général des Cordelliers,
l'on en a parlé en diverse façons
par les frères, qui se mectent partout.

Sire, je sçay, tant par la costume de païs
que aussi pour la conservation
de vostre personne,
vous n'estes plus si comun à aller
disner dehors ou soupper
comme en vostre païs naturel;
aussi n'est-il besoing d'aller mengier dehors.

Ph . :
Aaahh, wat een rillingen... Ik ben duizelig,
misselijk...
Ik voel me beroerd...

P.N. :
Want niet alleen waarschuwen de astrologen
u dringend voor dit gevaar,
maar bovendien is er op de bijeenkomst
in het hoofdkwartier der Franciscanen
meermaals over gesproken door de broeders,
en zij komen overal.

Ik weet, Sire, dat de gewoonten des lands
alsook uw eigen welzijn
u ertoe brengen
uw middageten en uw avondmaal
minder vaak elders te nuttigen,
dan u deed in uw eigen land.
En het is toch ook niet nodig om elders te eten.

Et vous advertiz, Sire, pour vostre bien,
qu'il n'y a prince au monde qui ait plus
mestier de soy garder que vous.

Ph.  :
Oohh, aahh, hélas…quelle maladie…

P.N . :
Et pour ce que les viandes de vostre beau-père,
le roy domp Fernande
ne sont guères à vostre complexion
et adoubées à vostre appétit,
je croy que n'irés guères mengier avec luy,
et vous ferez bien, Sire.

vostre très-humble subgect et serviteur,
Philibert Naturel, prévost d'Utrecht,
a Rome, le septième jour de juing,
Anno Domini 1506.

Ik waarschuw u voor uw bestwil, Sire,
geen vorst ter wereld moet meer oppassen
dan u.

Ph
. :
Oohh, aahh, helaas... zo ziek...

P.N
. :
En omdat het gebraad dat wordt opgediend bij
uw schoonvader de koning, Don Ferdinand,
u niet goed bekomt,
noch bereid is naar uw smaak,
moet u niet te vaak bij hem gaan eten,
dat is het beste voor u, Sire.

Uw nederige onderdaan en dienaar
Philibert Naturel, provoost van Utrecht,
vanuit Rome, de zevende dag van juni,
in het jaar onzes Heren 1506.

Ph.  :
Aahh, quel regret, que je pers ma vie

 

Scene 4

(loud shrieking by the Juana-characters as they see that Philip has died. Philibert Naturel and Monk 2 walk up to the corpse, put it on a bier and carry it to a table, where they start their preparations for the dissection of the corps, in scene 5)

J. (à 3 ) :
Ay !

P.N. + M. 2 :
Uti flos vernus evanuit,
Philippus ille,
juvenis, formosus,
pulcher et elegans,
animo pollens et ingenio.


Ph
. :
Aahh, hoe treurig om het leven te laten.


Scene 4


(Schrille kreten van de drie Johanna's wanneer ze zien dat Philips is gestorven. Philibert Naturel en Monnik II lopen naar het lichaam toe, leggen het op een baar en dragen het naar een tafel, waar ze voorbereidingen gaan treffen voor de ontleding van het lijk in scène 5)


J. (à 3 ) :
Oooh!

P.N. + M. 2 :
Aldus is de lentebloem verwelkt,
Philips, die jeugdige,
welgevormde man,
knap en elegant,
krachtig van ziel en vernuft.


P. de R. :
À l'heure du trespas de son beau mary,
au moys de Septembre de ceste année,
le cueur de la Royne de Castille
luy estoit tellement troublé
et l'entendement empeschié,
qu'elle ne monstra guères
de semblant de dueil.

A nulle chose ne veult entendre,
quelle qu'elle soit,
fors qu'elle a retenu les chantres
de la chapelle de son feu mary

et nos traicte très-bien,
nos fait payer tousjours trois mois
avant que nostres gaiges soyent escheuz.


P. de R. :

Toen haar knappe echtgenoot overleed,
in de maand september van dat jaar,
raakte het hart van de koningin van Castilië
zozeer verward,
werd haar begrip zozeer verlamd,
dat ze nauwelijks
blijk gaf van rouw.

Ze wilde nergens naar luisteren,
had nergens aandacht voor,
maar wel behield ze de zangers
van de kapel van wijlen haar man

en ze behandelt ons heel goed,
en altijd ziet ze erop toe
dat we drie maanden vooruit worden betaald.


Scene 5


Scene 5

Juana 2. : (solo)
Mi amado es blanco y rubio, 
señalado entre diez mil. 
Su cabeza como oro finísimo; 
sus cabellos crespos,
negros como el cuervo.

Mi amado…

Monks : (à 2)
Cor evellimus
includimusque in aurea pyxide,
quod ferunt se in patriam
ad ossa majorum ejus allaturos.

Juana (à 3 ) :
Sus ojos, como palomas
junto a los arroyos de las aguas, 
que se lavan con leche,
y a la perfección colocados. 
Sus mejillas, como una era de especias aromáticas,
como fragantes flores; 

Monks :
Dissolutis compaginibus capitis,
educimus cerebrum,

Juana :
Sus labios, como lirios
que destilan mirra fragante. 

Monks :
et uterus rescindimus,
eripimusque intestini.

Juana 2. : (solo)
Mijn lief is blank en blozend,
herkenbaar uit duizenden.
Zijn hoofd is als het fijnste goud;
zijn krullende lokken
zijn ravenzwart.
Mijn lief...

Monniken : (à 2)
Wij snijden zijn hart eruit
en leggen het in een verguld kistje,
dat naar zijn vaderland zal worden gebracht
en bij de beenderen van zijn voorouders gevoegd.

Juana (à 3 ) :
Zijn ogen zijn als duiven
aan de oever van een beek,
die zich wassen met melk,
en volmaakt ingelegd.
Zijn wangen zijn als perken van geurige kruiden,
als welriekende bloemen...

M. :
Als de schedel is geopend,
halen we zijn hersens eruit...

J. :
Zijn lippen zijn als lelies
waaruit geurige mirre vloeit.

M. :
...en we rijten zijn buik open
en rukken zijn ingewanden eruit.


Juana :

Sus manos, como anillos de oro
engastados de jacintos; 
Su cuerpo, como claro marfil
cubierto de zafiros. 

Monks (à4) :
Vittisque lineis ceratis
corpus membratim adstringimus.

Deficiente autem balsamo,
calce cadaver et aromatibus fucamus,

postea conserimus,
tandem ornamus eum
preciosis vestibus.

Juana :
Su paladar, dulcísimo,
y todo él codiciable. 
Tal es mi amado, …

P .de R : 
Je croy qu'elle fust demourée auprès du corps
tant qu'elle eust peu vivre,
qui ne l'en eust ostée
et emmenée;

Juana 2 :
tal es mi amigo, 

J. :
Zijn handen zijn als gouden staven,
bezet met topazen;
zijn romp is als gepolijst ivoor,
afgezet met saffieren.

Monniken (à4) :
Met linnen banden, wasbestreken,
omwikkelen we al zijn ledematen.

Maar bij gebrek aan balsem
wrijven we het lijk in met kalkbrij en welriekende olie,

daarna naaien we het dicht,
ten slotte hullen we het
in kostelijke gewaden.


J. :
Zijn verhemelte is allerzoetst,
en alles aan hem is begeerlijk.
Zo is mijn lief...

P .de R : 
Ik geloof dat zij de rest van haar leven
bij het lijk gebleven zou zijn,
als ze haar niet hadden weggehaald
en meegenomen.

Juana 2 :
Zo is mijn vriend...


P .de R : 

incessamment vouloit estre auprès,
et fallu l'emmener en sa chambre,
où elle fut maints jours et maintes nuyts
vestue sans entrer en son lit.

Juana 2 :
tal es mi amado.

Monks :
Ac si vivus
in regio throno jaceret,
Philippus Rex ille.

Juana 2 : ( to one of the monks)
Ferte, fratres, conjugem meum ad sedes nostras
et ibi missam ei concelebrate.

M.4 :
(moving over to Juana 2, while the other monks
remove Philip from the throne)
Surget, o regina,
certe resurget.
Quem si ad sepulcrum matris tuae
apud Granatum ducis,
ejus fies sponsa sempiterna.


P .de R :

Ze wou steeds bij hem zijn
en moest naar haar kamer worden gebracht,
waar ze dagen en nachten achtereen verbleef,
in dezelfde kleren, zonder ooit naar bed te gaan.

Juana 2 :
Zo is mijn lief...

M. :
En alsof hij nog in leven was,
rustte hij op zijn koningstroon,
de vermaarde koning Philips.


Juana 2 : (tot een van de monniken)
Broeders, breng mijn man naar onze vertrekken
en draag daar een mis voor hem op.

Monnik 4 :
(die zich naar Johanna II begeeft, terwijl de andere
monniken Philips' lijk van de troon verwijderen)

Hij zal opstaan, o koningin,
hij zal beslist weer opstaan.
Als u hem naar uw moeders graf brengt
in Granada,
bent u voor eeuwig zijn bruid.


Scene 6


Scene 6



A washerwoman, on her knees, scrubbing the floor,
with a brush, a floor-cloth and a bucket of water.
She looks up from her work and starts her gossip.

Ay, no tengo nada que hacer
que fregar los pisos y pasar la escoba.
Ay, ninguna ropa tengo para lauar.

Por lo menos, la pobreçita Reina
agora esta paçifica.
Desde ayer a ninguna persona
ha ferido,
nin dicho palabra de injuria.
Un poco de paz, por fin…

Y dexé de dezir cómo desde este tiempo
no ha mudado camisa;
creo que nin toca
nin lauado la cara.
Tambien dizen que duerme
siempre en el suelo como antes.
Hanme dicho que urina muy á menudo.

Su poca limpieza en cara
y diz que en lo demás
es muy grande.
Y come estando los platos en el suelo
sin ningund mantel nin bazalejas,
la pobreçita Reina.



(Een wasvrouw is op haar knieën de vloer aan het boenen,
met een borstel, een dweil en een emmer water.
Ze kijkt op van haar werk en begint te roddelen)

Ach, er rest mij niets anders
dan de vloeren te schrobben en te vegen.
Ach, er zijn geen kleren die ik kan wassen.

Maar de arme koningin
is nu tenminste gekalmeerd.
Sinds gisteren
heeft ze niemand verwond,
noch sprak ze beledigende woorden.
Een beetje rust, eindelijk...

En ik moet nog vertellen hoe zij sinds die dag
geen andere kleren heeft gedragen;
ik geloof dat ze haar gezicht
niet meer heeft aangeraakt of gewassen.
Ze zeggen ook dat ze altijd op de grond slaapt,
net als vroeger.
Ze hebben me verteld dat ze heel vaak plast.

Ze is niet schoon op haar gezicht
en, zeggen ze, ook niet
op de rest van haar lichaam.
En als ze eet, zit ze met het voedsel op de grond,
zonder tafelkleed of borden,
de arme koningin.

Scene 7

Scene 7



Nocturnal pilgrimage with a corps.
From aside, four monks and Juana1 appear,
carrying along with them a coffin with Philip's
remains.


Monks (a4) : (humming and chanting)
Foemeneis blandimentis gaudebat

J.1 :
Venid, venid al alva
venid, a la luz del dia
venid.

Monks :
La Reina, nuestra Señora
partió de Miraflores
una hora despues de anochecido
para Granada.
Lleva consigo el cuerpo del Rey
su marido,
que no huele á algalía.

J.1 :
Venid, venid al alva
venid, a la luz del dia
venid.

M. 3: (to Juana)
O regina carissima,
cur non requiescamus ?
Paulo enim longius
est monasterium Tordesillense.
Illic autem, expulses nonnis,
pace cum conjuge frueris et otio,
ut revirescamini.


Nachtelijke pelgrimage met een lijk.
Van opzij verschijnen vier monniken en Johanna I;
ze dragen een kist
met Philips' stoffelijke resten.


Monniken (a4) : (neuriënd en psalmodiërend)
Hij was een liefhebber van vrouwelijk schoon.

J.1 :
Kom, kom bij het ochtendgloren,
kom, bij het krieken van de dag,
kom!

M. :
De koningin, onze Vrouwe,
verliet Miraflores
een uur na zonsondergang
en ging op weg naar Granada.
Ze nam het lichaam van de koning
haar echtgenoot, met zich mee,
en dat rook allerminst naar parfum

J.1 :
Kom, kom bij het ochtendgloren,
kom, bij het krieken van de dag,
kom!

M. 3: (tot Johanna)
O dierbare koningin
waarom rusten we niet wat?
Want iets verderop is een klooster,
in Tordesillas.
Als we de nonnen hebben weggestuurd,
kunt u daar met uw echtgenoot rust en kalmte vinden,
zodat u weer op krachten komt.


J.1 :
Nolo. Pergamus, quoniam nobis
longum iter conficiendum est.
Hic vero brevi tempore requiescamus
aperiamusque sarcophagum,
ut videamus jamne sit manifestum
aliquod signum vitae.

( The monks open the coffin and reluctantly
cast a glance at its contents
)

Monks (a4) :
Nil videmus praeter hominis
quandam formam jacentem,
nec an facies hominis
sit bene dignoscitur.

( Juana doesn't seem to pay much attention to the words
of the monks. She walks over to the coffin, and kneels down
to take the mummie-like remains in her arms)


J.1 :

Nee. We gaan door, want we hebben
nog een lange reis voor de boeg.
Maar laten we hier enige ogenblikken stilhouden
en de kist openen,
zodat we kunnen zien of zich al enig teken van leven
heeft geopenbaard.

(De monniken openen de kist en
werpen met tegenzin een blik op de inhoud.)


Monniken (a4) :

Wij zien niets anders dan
de liggende gestalte van een man,
en het gezicht van de man
is ook al niet goed herkenbaar.

(Johanna lijkt niet veel acht te slaan op de woorden van
de monniken. Ze loopt naar de kist toe en knielt neer om
de mummieachtige resten in haar armen te nemen.)


J.1 :
¡Oh, si él me besara
con besos de su boca! 
Mejores son tus amores… 

Monks : (praying)
Delicta juventutis et ignorantias eius
Quaesumus ne memineris, Domine,

J.1 :
¡Oh, si él me besara
con besos de su boca! 
Porque mejores son tus amores
que el vino. 

Monks :
ut Philippus carne exutus
pervenire mereatur
ad gloriam regni coelestis.
Amen.

(As she kisses the remains, Philip appears)


J.1 :
O, laat hij mij kussen
met de kussen van zijn mond!
Jouw liefkozingen zijn heerlijker dan...

M. : (biddend)
De fouten van zijn jeugd, zijn onwetendheid,
wij bidden u, o Heer, wil dit alles vergeten...

J.1 :
O, laat hij mij kussen
met de kussen van zijn mond!
Want jouw liefkozingen zijn heerlijker
dan wijn.

M. :
Moge Philips, bevrijd van zijn lichaam,
de welverdiende glorie van het hemelrijk
deelachtig worden.
Amen.

(Terwijl zij het stoffelijk overschot kust, verschijnt Philips.)


Scene 8


Scene 8



Philippe :
Lève-toi, ma bien-aimée, et viens!
Car le roucoulement de la tourterelle
se fait entendre sur notre terre.

Montre-moi ton visage,
fais-moi entendre ta voix

J.   : (excited)
¿Quién es aquello que raya como el alba
y es bello como la luna,
radiante como el sol ?

(She walks up to him)

Venga mi amado
a su huerto... 

Ph. :
J'entre dans mon jardin,
ma belle fiancée,

J. :
... y coma de su dulce fruta.

Ph. :
je récolte ma myrrhe
et mon baume,
je mange mon miel
et mon rayon,
je bois mon vin
et mon lait.


Philippe :
Sta op, mijn liefste, en kom mee!
Want het koeren van de tortelduif
klinkt over de velden.

Toon me je gezicht,
laat me je stem horen!

J.   : (opgewonden)
Wie is het die gloort als de dageraad
en schoon is als de maan,
stralend als de zon?

(Ze loopt naar hem toe.)

Laat mijn lief
in zijn hof komen...

Ph. :
Ik kom in mijn hof,
mijn schone bruid...

J. :
...en van zijn zoete vruchten eten.

Ph. :
Ik vergaar mijn mirre
en mijn balsem,
ik eet mijn honing
en mijn raat...
Ik drink mijn wijn
en mijn melk.


J. :
¡Yo soy de mi amado,
y él me desea con ardor!

Ph. :
Mangez, amis, buvez, enivrez-vous,
mes bien-aimés!

(they embrace)

J. (à3) :
Ponme como un sello
sobre tu corazón,
como una marca
sobre tu brazo; 

Ph. :
Que tu es belle, ma bien-aimée, que tu es belle!
Tes yeux sont des colombes.


J. :
Ik behoor mijn geliefde toe,
en hij begeert mij vurig!

Ph. :
Eet, vrienden, drink en word dronken,
mijn geliefden!

(Ze omhelzen elkaar.)

J. (à3) :
Draag mij als een zegel
op je hart,
als een merkteken
op je arm...

Ph. :
Wat ben je mooi, mijn lief, wat ben je mooi!
Je ogen zijn als duiven...


All
:
Duro como el Seol
es la pasión
fuerte como la muerte
es el amor.

Allen
:
Passion is unyielding
as the grave,
love is as strong
as death.


Epilogue


Epilogue


P.deR. :
(spoken)
Les quarante-six dernières années de sa vie,
la bonne royne Jehanne resta enfermée
dans le monastère de Tourdesillhe,
dans une chambre dont l'unique fenestre
donnait sur la tombe de son époulx.
Souvent, on l'entendait chanter pour luy,
et luy murmurer des mots tendres.

J.1 :
Venid , venid a la luz del dia

M. (à4) :
Desesperato vivit animo,
vivit obducta fronte.
Die noctuque cogitabunda,
nec verbum emittit unquam.


P.deR. : (gesproken)
De laatste zesenveertig jaren van haar leven
bleef de goede koningin Johanna opgesloten
in het klooster van Tordesillas,
in een kamer waarvan het enige raam
zicht bood op het graf van haar man.
Dikwijls was te horen hoe zij voor hem zong
en tedere woordjes prevelde.

J.1 :
Kom, kom bij het krieken van de dag...

M. (à4) :
Zij leeft in wanhoop,
zij leeft belast door rouw.
Dag en nacht is ze in gedachten verzonken,
en nimmer zegt zij een woord.

  

      © Robert Zuidam 2002/2003
   

©
Jeanne Holierhoek en Janneke van der Meulen
       / De Nederlandse Opera
 
 
 
 
return to Homepage