The New York Times

 

Rob Zuidam: rust en ingetogenheid


Wie de ontwikkeling van Rob Zuidam (1964) enigszins heeft gevolgd, zal zaterdag tijdens de Matinee in het Amsterdamse Concertgebouw verrast hebben opgekeken. Aanvankelijk heerste bij hem de wereld van pop, rock en salsa met het ritme prominent als in de Centraal-Afrikaanse volksmuziek, bruut en brutaal, stevig en stoer.

Van dat alles is niets meer is terug te vinden in zijn nieuwste compositie Foemenis Blandimentis Gaudebat (Het minnekozen verschafte hem veel genoegen). Weg is de hoekige hardheid, verdwenen het ademloos agitato, rust overheerst in een introvert dolcissimo pianissimo.

Zuidams McGonogall-Liedercyclus, daaraan voorafgaand uitgevoerd in de Kleine Zaal, is weliswaar spannend en afwisselend maar hier en daar nog wat schreeuwerig. In de nieuwe voorstudie voor een opera over Johanna de Waanzinnige (1479-1555) is de overwegend etherische grondtoon lichtelijk gemaniëreerd en mysterieus evident. Naast Messiaen zijn er invloeden van Vivier en lijkt de soms kaleidoscopische instrumentatie te verwijzen naar Henze, allemaal componisten bij wie de lyriek voorop staat.

De ondertitel 'nachtelijke omzwervingen met een kadaver' tekent Johanna's obsessie voor haar overleden geliefde, die zij in een lijkkist overal naartoe meezeult onder begeleiding van een vijftal monniken. Een frivole villancico, de populairste Spaanse refreinvorm uit de renaissance, ingevoegd als een soort van ironisch intermezzo, had Zuidam vroeger zeker aangegrepen voor een ritmisch stuwende etude.

Nu overheerst een ingetogen gratie en wordt de muziek alleen wat peziger in een plechtig citaat uit Pierre de la Ruës Delicta juventutis. Maar het peinzende karakter keert terug om te smoren in de zacht koerende hoorn. Dit smaakt naar meer en stemt nieuwsgierig naar de volledige opera, die in opdracht van het Boston Symphony Orchestra is bestemd voor het festival van Tanglewood in 2003.

Carlo (1997) van de Australiër Brett Dean (1961) ging vooraf aan Zuidams fijnzinnige processiemuziek. De compositie voor strijkers, sampler en tape naar madrigalen van Gesualdo, intrigeert vooral door zijn geheimzinnige fluisteringen waarop George Crumb als geen ander het patent heeft. Helaas mist Dean diens persoonlijkheid.

De combinatie lag voor de hand, maar zeker niet die met Antheils Ballet mécanique. Die werd perfect gerealiseerd door het Asko Ensemble, zij het zonder het accent op de bijbehorende toeters en bellen als aambeelden, een elektrische deurbel, autoclaxons en vliegtuigpropellers: van een wat koelere schoonheid dus.

Koel is zeker de opzet geweest van Satie's Socrate, gecomponeerd voor een receptie van prinses Edmond de Polignac, 'wit en puur als de oudheid zelf', zoals de componist het omschreef.

Liever hoor ik de originele versie voor vier sopranen, al zong de tenor Yann Beuron zeker idiomatisch. Dirigent Peter Rundel leidde het Radio Kamerorkest met vaste hand. En de sopraan Lucy Shelton overtrof zichzelf in deze wat overdadig geprogrammeerde dubbel-Matinee als Johanna de Waanzinnige.


Concert: Radio Kamerorkest, Cappella Amsterdam, Asko Ensemble o.l.v. Peter Rundel. Gehoord: 24/11 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 27/11 20 uur.