Johanna's razende liefdesvuur is onuitblusbaar

McGonagall-Lieder en Rage d'amours van Rob Zuidam overrompelende dubbel-voorstelling

Door Kasper Jansen


Dat Guy Cassiers de intrigerende, zelfs overrompelende dubbelvoorstelling McGonagall-Lieder en Rage d'amours van Rob Zuidam regisseert, schept binnen het Holland Festival een verbinding van bijzondere betekenis tussen twee hoogtepunten. Cassiers was in de eerste dagen van het Festival de regisseur van de Proust-marathon Op zoek naar de verloren tijd. Ook het thema van Zuidams McGonagall- Lieder en Rage d'amours is ‘à la recherche du temps perdu'. En net als in de Proust-voorstellingen gebruikt Cassiers in zijn ensceneringen videobeelden bij het zoeken naar de tijd van onschuld.

In de McGonagall-Lieder gaat de zoektocht naar het paradijselijk verleden om een ramp in 1879.
Toen stortte de spoorbrug van meer dan drie kilometer over de brede monding van de Schotse rivier de Tay in. Een trein met negentig mensen werd door het water verzwolgen. De ondergang van de eerder door de dichter William McGonagall zo uitbundig bezongen onverwoestbare brug betekende het falen van de vooruitgang.
De rooskleurige toekomst viel in het water.

In Rage d'amours zoekt Johanna de Waanzinnige naar het paradijselijke verleden met haar jonggestorven echtgenoot Filips de Schone.
Zij kan de dood van haar vurig beminde Filips niet accepteren. Ze houdt zijn lijkkist bij zich, ze trekt ermee het land door, ze opent de kist keer op keer en liefkoost zijn lijk. Ze wil Filips en hun liefde doen herleven, haar obsessieve passie loopt uit op liefdesrazernij en necrofilie. Johanna wordt uiteindelijk opgesloten in een klooster, waar ze de laatste zesenveertig jaar van haar leven uitkijkt op Filips' grafkapel.

Cassiers brengt beide stukken van Zuidam zonder veel zichtbare handeling als geënsceneerde concerten, als muzikale en visuele installaties waarin indringend en onthutsend op de historische gebeurtenissen wordt teruggekeken.

In de McGonagall-Lieder zitten de musici op het podium: Asko- en Schönberg Ensemble en de pianisten Gerard Bouwhuis en Cees van Zeeland, gedirigeerd door Reinbert de Leeuw.
Eenheid in de dubbelvoorstelling ontstaat door de achtergrondprojectie: een raffinaderij aan het water, die het terugzien vanuit het heden benadrukt. Beide stukken spelen zich af op een kerkhof. De treinramp zorgde voor een kerkhof op zee, voor Johanna de Waanzinnige is de wereld het kerkhof dat zij niet wil zien.
Ook de vocale bezetting schept eenheid tusen de stukken die in Japan en Amerika al eerder gingen.
De McGonagall-Lieder (2001) gaan hier in een versie voor drie sopranen.
En in Rage d'amours (2003) zijn aspecten van de rol van Johanna verdeeld over drie sopranen: de zinnelijkheid van haar liefde, de liefde als innerlijk geloof en Johanna's drang om bij Filips te zijn, in welke staat hij ook verkeert. Claron McFadden, Barbara Hannigan en Young Hee Kim zijn ijselijk hoog en extatisch zingende sopranen. Ze leveren fenomenale prestaties in beide stukken, maar die in Rage d'amours maken het meest indruk wegens het extreme karakter van verhaal en vocale uitbeelding.

Maar de sfeer in de enscenering van beide stukken contrasteert wel sterk. De anekdotische en ironiserende McGonagall-Lieder die zo geexalteerd beginnen in de lofliederen op de nieuwe brug – de langste in zijn soort ter wereld – eindigen in gêne over de ramp. In de Victoriaanse tijd ondermijnden die het triomfalisme van ‘Rule Britannia'.
De drie eerst zo jubelende sopranen weten zich in hun klagen geen houding te geven. Ze plukken maar wat aan hun bloemetjesjurken en vestigen zo alleen maar meer de aandacht op de – juist ook volgens Zuidam – sentimentele rijmelarij van McGonagall.
Rage d'amours is klassiek-serieuze opera met een extreme versie van het eeuwige opera-thema ‘liefde en dood'. De liefde trekt zich hier niets aan van de dood en wordt daardoor zelfs verhevigd.
Prachtig is hoe Cassiers en zijn ontwerper Peter Misotten het universele van Rage d'amours uitbeelden.
Filips ligt in een glazen kist als die van Sneeuwwitje, die ‘slechts' sliep.

Het is Johanna's levende ideaalbeeld van Filips, zoals ze zich hem herinnert bij het bedrijven van de liefde: naakt op haar liggend. Maar tegelijk oogt Filips als een lijk in een glazen bak formaldehyde. Hij is perfect geconserveerd, zoals ook in een van de scènes wordt beschreven, als zijn lijk wordt ontdaan van vergankelijkheid.
Zuidam hield zich, anders dan zoveel andere Nederlandse componisten in de afgelopen decennia, in Rage d'amours niet bezig met het experiment, dat zo vaak mislukt.
Hij schreef een eigentijdse opera op een archetypische thematiek.
Het verhaal wordt verteld door een zanger, Pierchon de Rue (Romain Bisschoff) die zoals Homerus, een oude geschiedenis oprakelt.

Net zoals Zuidam in zijn verhaal Zuid-Nederlandse zangers en Spaanse monniken laat optreden en als librettist teksten gebruikt in het Latijn, Spaans en oud-Frans, zo componeert hij deels muziek in de stijlen die daarbij passen. Telkens worden die onderstreept op eigentijdse en Zuidamiaanse wijze, net als het verhaal van Rage d'amours, op extreme wijze, tussen heel hoog en heel laag. Maar ondanks de monomanie van de liefdesrazernij van Johanna is Rage d'amours afwisselend en onderhoudend door de commentaren van allelei personages en de uitsplitsing van Johanna over de drie sopranen.

In Zuidams uitwerking van libretto en muziek en in Cassiers' enscenering herkent men het verleden en de verwijzingen naar de operahistorie. Johanna's leven na het overlijden van Filips is een variant op de liefdesdood van Wagners Isolde, uitgerekt tot zesenveertig jaar. En het Götterdämmerung- achtige vuur aan het slot waarin Brünnhilde zich offerde aan de nagdachtenis van haar Siegfried, is hier het liefdesvuur dat op video uit de raffinaderij opvlamt – onuitblusbaar. Het is precies zoals Johanna al zong toen Filips na zijn vertrek uit Arnemuiden met zijn schip tenonder dreigde te gaan: ‘Al dat water kan de liefde niet doven.'


Barbara Hannigan en Claron McFadden in ‘Rage d'amours' als twee verschijningsvormen van Johanna de Waanzinnige (Foto Chris van der Burght)



© Kasper Jansen ? NRC Handelsblad

return to Homepage