Zuidam laat overrompelend sjouwen met een lijk

De Volkskrant, maandag 20 juni 2005

De componist Rob [Zuidam, die vrijdag in de Amsterdamse Stadsschouwburg groot applaus kreeg voor zijn opera Rage d'Amours , heeft een fijne neus voor theater, maar het theater van de geur heeft hij nog niet ontdekt en daar moet het Holland Festivalpubliek hem erkentelijk voor zijn.
Het kan tot eind deze week een eenakter meemaken waarin Johanna van Castilië, een koningin die anno 1506 met het lijk van haar echtgenoot door Spanje sjouwde, tot ze als Johanna de Waanzinnige werd opgesloten, op een indrukwekkende manier boven haar historische entourage uitgroeit. Voortbewogen door zuigende, diep orgelende ensembleklanken viert ze haar necrofilie als het symbool van een alles verzengende liefde.
Kom daar maar eens om in het (post)moderne muziektheater moet ook de regisseur Guy Cassiers hebben gedacht, die voor vlammenvideo's en een watervloer tekende, en de lijkbezorging voor zijn rekening nam. Zijn enscenering is donker en sober, met als voornaamste blikvanger een glazen sarcofaag waarin de dode Filips de Schone wordt verbeeld door een nakktmodel dat nog lang niet toe is aan zijn uiterste houdbaarheidsdatum.
Het is dan ook de waan van Johanna die de voorstelling dicteert, en niet het biografische gegeven van een rottend lichaam. De waan zit in een partituur waar geen ontkomen aan is.
Zuidams muziek verklankt razernij in slowmotion. Breed uitwaaierend, vermoedelijk ontloken aan de afgrondelijke slotmaten van het requiem van Verdi, maar ook verwijzend naar Mahler-diepten, Richard Strauss-magie en 16-de eeuwse polyfonie, strekt het klankspectrum zich uit van een slurpende contrabasklarinet tot snerpende sopraanensembles. Reinbert de Leeuws Asko-Schönberg Ensemble en een dozijn solisten onder aanvoering van de sopranen Claron McFadden, Barbara Hannigan en Young Hee Kim excelleren hier in de kunst van het zwelgen.
De operaliteratuur kent veel stervenden die nog een poosje doorzingen, maar opera's met een lijk in de hoofdrol zijn dun gezaaid. Rage d'Amours is ook meer een ‘toestand' dan een opera. De voortgang berust op extatische lyriek en op vertelkunst in de derde persoon, meer dan op handeling en dialoog. De vijf kwartier die Zuidam ervoor uittrekt zijn genoeg, al smaakt zijn muziek naar meer.
Juana la Loca, de monarch die ziek van liefde 's nachts met lijkkist en gevolg over 's Heren wegen trok, zich weigerde te verschonen en van de vloer at waar ze op urineerde, staat op het affiche in de uitgesplitste gedaante van drie zangeressen. Dat doet denken aan avant-gardeclichés over de ‘gelaagdheid' van een personage, om niet te zeggen aan angst voor drama in Zuidams componistenbrein. Je verwacht een contrapuntisch spel met de vorm, of anders een trio-optreden à la de drie Dames (Mozart) of The Supremes, om in de sfeer van Rob Zuidam te blijven. Altijd een handige eclecticus geweest.
Maar aan drama durft Zuidam zijn vingers wel degelijk te branden, en het kunststukje van de gesplitste Johanna brengt hij met puur muzikale middelen tot oplossing. Waar zijn vorige opera Freeze ontsierd werd door lang uitgesponnen recitatieven, begint Rage d'Amours met de grommende proloog van een profetes die voorspelt dat Filips na zijn dood langer door Spanje zal reizen dan bij zijn leven – waarna de beklemming niet meer van wijken weet.
Een ‘verteller' (Filips' hofcomponist Pierre de la Rue) houdt in bondige monologen het verhaal op gang van Filips' ontrouw en meidengekte, van een zeereis, van Filips' dood en ontbinding. Zeelieden en monniken interrumperen met korte dialogen of leveren commentaar in RK-motetvorm.
Uit de drievoudige Johanna, aanvankelijk gelijkend op een achtergrondkoortje, maken zich extatische soli los. Na het intermezzo van een gelaarsde poetsvrouw (Hillary Summers) met aanleg voor humor en Andalusische toonversieringen, volgt het beeld van een vagevuur of ‘nachtelijke pelgrimage met fakkels', waarbij McFadden in gloedvolle wanhoop een geweldige keel opzet. Zuidam durft extreem te zijn, maar kent er ook de muzikale middelen voor.
De Nederlandse Opera heeft er een voorprogramma aan toegevoegd: Zuidams McGonagall-Lieder voor sopraan, piano en strijkers. Bewerkt voor drie sopranen, verbeeldt het de lofzang op een Schotse brug die ooit de tongen losmaakte als langste spoorbrug aller tijden, en vervolgens instortte waarbij 90 passagiers omkwamen. Zo krijgt Zuidams double-bill merkwaardige betekenis, in een tijd die sinds de Twin Towers, Bagdad, de tsunami en tv-programma's als The mummie road show vervuld lijkt van lijkenlucht.
Maar Zuidams McGonagall-Lieder , met satanische beweeglijkheid getoonzet op een tekst van de ‘slechtste rijmelaar aller tijden' (McGonagall), betekenen vooral een ode aan de naïviteit.
Cassiers verzon er boeketten en tutholajurken bij voor de zangeressen, en videobeelden van ronddobberende lichamen. Ontroerend, maar de beste helft van dit overrompelende Holland Festival-succes maak je mee na de pauze.

© Roland de Beer / de Volkskrant, 2005

return to Homepage